Als fietser betrokken bij een fietsongeluk

Als fietser betrokken bij een fietsongeluk

Wanneer er bij een verkeersongeluk een bestuurder van een auto en een bestuurder van een fiets betrokken zijn dan komt hier vaak letsel bij kijken. De automobilist reed met een snelheid van 30 tot 40 kilometer per uur. De fietser reed op zijn fiets langs de weg, netjes op het fietspad. Op een gegeven moment besloot de fietser om over te steken. De auto die er met een gemiddelde vaart aan kwam rijden zag de fietser te laat oversteken en kon een fietsongeluk niet voorkomen. Op het kruispunt wordt de fietser aangereden en komt achter de auto terecht. Direct nadat de fietser aangereden is stapt de automobilist uit de auto om de toestand van de fietser te bekijken. De fietser heeft erg veel pijn en komt slecht uit zijn woorden. De automobilist zorgt dat hij kalm wordt en belt direct de hulpdiensten. Wanneer de politie en ambulance op locatie zijn wordt de fietser op de brandcard geholpen. Later wordt vastgesteld dat de aangereden fietser onder invloed was van alcohol. Bloedonderzoek wees uit dat er 3 milligram alcohol per milliliter bloed in het lichaam zat. Na het fietsongeluk en in het ziekenhuis heeft de fietser verklaard dat hij 21 flesjes bier had gedronken en daarnaast nog wat wijn.

De aangereden fietser is aansprakelijk gesteld voor de geleden schade en immateriƫle schade aan het motorvoertuig.

Het betreft hier overmacht en de automobilist heeft niet te hard gereden. Echter geldt volgens jurisprudentie een beroep op overmacht alleen wanneer de bestuurder geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De bestuurder van de auto mag er niet op vertrouwen dat iedereen op de weg nuchter is en rekening houdt met de rest. Het is aan de rechter om te bepalen of de overmacht na het fietsongeluk erkend wordt. De fietser heeft dan wel even stilgestaan voordat hij overstak maar dat hoeft niet te betekenen dat de automobilist door mag rijden. Daarnaast heeft de automobilist aangegeven dan hij de fietser wel heeft zien staan maar erop rekende dat hij daar ook zou blijven staan. Deze gaf aan dat hij het gas losliet bij het naderen van de fietser. Hij hield dus enige rekening met de keuze om over te steken van de aangereden fietser. Hieruit kan de rechter halen dat de automobilist rekening heeft gehouden met de fietser. En daarnaast rekening houdt dat de fietser ineens over zou steken. De rechtbank komt met het standpunt dat de aangereden fietser te roekeloos was voordat het fietsongeluk gebeurde. Hiervoor geldt de zogenoemde 50 procent regeling. Dat wil zeggen dat de automobilist voor de helft aansprakelijk is voor het fietsongeluk. Het fietsongeluk kon niet volledig toegekend worden aan de bestuurder van de auto.

Normaal gesproken is een eventuele overmacht moeilijk te bewijzen.

In bijna alle gevallen is de automobilist aansprakelijk voor de schade bij een aanrijding met voetganger of fietser. Echter is er na dit ongeval direct gebeld met politie, waarna deze een test heeft kunnen uitvoeren.

Reageren is niet mogelijk.